‘Maar zoals jij het doet, doet niemand het, toch?’
Ik hang hem net op.
Drie jaar geleden had hij me zien optreden als ceremoniespreker, hij trad er zelf op als muzikant. Voor de ceremonie hebben we even gekletst, volgens mij, daarna niet meer.
Via de dames van de styling had hij destijds mijn 06 opgevraagd en me de volgende dag geappt. Hij had genoten van mijn humoristische toespraak, zo schreef hij. ‘Dank daarvoor!’
We appten even heen en weer.
En gisteren meldde hij zich weer, drie jaar later. Hij had zijn vriendin ten huwelijk gevraagd, trouwt in 2027 en had haar al enthousiast gemaakt over mij als babs.
Vandaag belden we alvast kort en stelde hij me die vraag:
‘Maar hoe jij het doet, doet niemand het, toch?’
Ik heb intussen al heel veel vragen gekregen van bruidsparen, om mij te peilen. Dus ik heb intussen een aardig repertoire aan antwoorden paraat, maar nu wist ik even niet wat te zeggen.
‘Dat weet ik niet’, stamelde ik.
En ik hakkelde er nog iets achteraan dat ik eerlijk gezegd nooit andere babsen op zie treden. Dat ik niet weet wat hun stijl is. Dat ik daar ook niet over wil oordelen. En ehm … dat dus.
Veel verder kwam ik niet.
Blijft lastig: jezelf verkopen.
Er zijn trouwlocaties die mij intussen ‘verkopen’ als een van hun favoriete babsen. Er zijn daggasten die mij na een ceremonie vragen wanneer ik in het theater sta. Want: dan kopen ze een kaartje. Bruidsparen zijn altijd oprecht enthousiast. Ik heb nog geen een ceremonie meegemaakt waarin niet keihard is gelachen. Een ‘warme roast’ noemde een bruidspaar de ceremonie ooit. Dat vond ik mooi gevonden.
Maar ja, ben ik dan anders?
En wat doe ik dan anders?
Schiet me maar lek.
Ik zoek de randjes op, maar het schuurt nooit. Het is altijd liefdevol. In een gesprek met een bruidspaar, elk gesprek, sta ik daarom op scherp. Ik wil dat niks mij ontgaat. Ik ben op zoek naar de details. In dat wat niet uitgesproken wordt. Om dat te gebruiken of zelfs op te blazen in mijn woordje.
Een gesprek, elk gesprek, is een happening, waar ik te gast ben. Hoe ik dat ervaar, dat gebruik ik. En oké, misbruik ik soms.
Dat is mijn stijl.
Ik ben een schrijver. Dacht ik altijd.
Maar intussen weet ik ook: ik kan het ook leuk brengen! Ik kan zorgen dat een ceremonie veel meer is dan een woordje. Maar dat het tegelijkertijd niet om mij draait.
‘Je moet een pitch hebben’, hebben ze me wel eens gezegd. Dat je in een paar zinnen duidelijk maakt wat jou onderscheidt van al die andere trouwambtenaren, babsen en ceremoniesprekers!
Ik heb hem nog niet gevonden.
En misschien moet ik het wel niet moeilijker maken dan het is. Als ze me een volgende keer weer die vraag stellen, moet ik niet nadenken maar gewoon heel overtuigend antwoorden.
‘Maar zoals jij het doet, doet niemand het, toch?’
‘Klopt!’
Punt.



