Ik heb een boek geschreven: het Grote Babsen Boek. Niet het eerste boek trouwens dat ik heb uitgebracht.
Ik schrijf al dik twintig jaar columns, kleine verhalen uit het leven gegrepen. Vaak met een knipoog. Die verschijnen elke week in de krant. Het schrijven van deze verhalen is pure liefde. Het is het zoeken naar kleine dingen die in mijn leven gebeuren en die vergroten.
Intussen heb ik meer dan zeshonderd van die verhalen geschreven.
Een aantal ervan heb ik dik tien jaar geleden gebundeld, als selectie van mijn beste columns tot dan toe. Zo schreef ik dat op de cover. Kleine Dingen heet de bundel. Omdat ik het over kleine dingen heb. Omdat ik juist die kleine dingen zo mooi en belangrijk vind. Omdat vaak ook kleine dingen het verschil maken.
Dat idee voor dat boek ontstond spontaan: laat ik eens een aantal verhalen bundelen en zelf uitgeven. Gewoon, omdat het kan. En zeg nou zelf: hoe leuk is het om jezelf bij mensen terug te zien in een boekenkast of op het toilet; althans het boek.
Ik liet er 500 drukken en verkocht ze bijna allemaal. Er staat hier nog één doosje onverkochte boeken in de kast.
En door.
Het is nooit mijn ambitie geweest om schrijver te worden; althans niet in de betekenis van iemand die maanden of jaren werkt aan een boek. Daar heb ik het geduld niet voor. De focus ook niet. Dat past niet bij me, om me zo lange tijd op één ding te concentreren.
Bovendien: het lijkt me eenzaam.
Want: ik moet mensen kunnen zien. Ik wil ontmoeten. Elke dag een ander verhaal ophalen en dat delen. Dat past beter bij me.
Maar goed, nou is er toch weer een boek.
Een boek, maar … heel anders.
In een rustige periode heb ik alles eens op papier gezet wat er bij komt kijken om trouwambtenaar te worden en trouwambtenaar te zijn. Alle tips & tricks. Omdat ik geloof dat mensen die een ander stel mogen trouwen, als babs-voor-één-dag of omdat ze zelfstandig trouwambtenaar willen worden, daar baat bij hebben: één document waarin je alles leest wat je moet weten.
Ik had het zelf ook willen hebben toen ik mijn eerste ceremonie had. Want uiteindelijk stap je toch een onbekende wereld binnen. Het is fijn om dan wat houvast te hebben.
Het is een boek geworden.
Iets dikker en completer dan ik voor ogen had.
Een boek, maar toch anders.
Geen papieren editie deze keer. Nee, ik ga voor digitaal. Zo’n verhalenbundel wil je in je hand kunnen houden, vond ik toen. Die moet in de kast kunnen staan. Een boek dat je op weg helpt om trouwambtenaar te worden, moet vooral functioneel zijn.
En heel eerlijk: ik verwacht niet dat ook dit boek in dezelfde getalen verkocht gaat worden als mijn bundel destijds. Ik heb geen idee hoeveel mensen er trouwambtenaar of ceremoniespreker willen worden. Want voor hen is het boek bedoeld, als alternatief voor een dure training.
Zijn dat er tien?
Of worden dat er honderd?
Geen idee!
Dus digitaal. Want één doosje onverkochte boeken kan ik hier op kantoor nog wel zien staan, maar …




